oorsprong

Hoe en waar de Bengaal is ontstaan.

Een stukje jungle op je schoot.

Wat de Bengaal voor velen van ons zo interessant en boeiend maakt is hun mysterieuze en sluwe intelligentie, die zo overeenkomt met die van hun in het wild levende aanverwanten. De betovering met het “wilde mystieke” bij gedomesticeerde katten heeft geleid tot de ontwikkeling van een nieuw kattenras: De Bengaal!

De Bengaal is uniek doordat zijn oorsprong afkomstig is van een kleine in het wild levende kat, namelijk de ‘Asian Leopard Cat’ (ALC) Deze mooie maar totaal niet te temmen luipaardkat heeft een weelderig gevlekte (spotted) vacht. Waar omwille van die prachtige vacht vaak jacht werd op gemaakt, om deze duur te verkopen in bonthandels. Al snel werd de Asian leopard cat een bedreigde diersoort.

In de 60-er jaren van de vorige eeuw werden Aziatische Luipaardkatten in de Verenigte Staten geïmporteerd. Dit leidde tot experimentele kruisingen met gedomesticeerde rassen om met behoud van hun natuurlijke schoonheid, het wilde temperament er uit te fokken. De nakomelingen van deze kruisingen werden Bengalen genoemd, naar de wetenschappelijke naam van de Aziatische Luipaardkat: Felis Bengalensis.

Aan het eind van de 70-er en het begin van de 80-er jaren van de vorige eeuw werden enkele Bengalen tentoongesteld bij “The Cat Fanciers Association” (CFA), helaas werd ook een aantal 1e generatie hybrides (=kruising tussen 2 soorten, in dit geval wild x gedomesticeerd) geshowd en deze vertoonden een wild, ongetemd gedrag. Het resultaat was dat bij deze vereniging alle katten met wild bloed in ban werden gedaan.

In 1983 werden bij de TICA bengaal hybrides geregistreerd en geshowd in de New Breed en Colors (NBC) class. De reacties van het publiek waren overweldigend, overal waar ze werden geshowd trokken de Bengalen enorme menigtes. Fokkers begonnen fokprogramma’s te ontwerpen om de volmaakte schoonheid van de wilde katten met het zachtaardige temperament van de gedomesticeerde katten te verenigen.

De meest gebruikte kat in de kruisingen was de Egyptische Mau. Bij de eerste generaties hybrides waren de katers niet vruchtbaar. Ook de 2e generatie katers zijn meestal onvruchtbaar, zelfs 3e generatie katers kunnen nog onvruchtbaar zijn. Het was belangrijk om de wilde uitdrukking van het gezicht te behouden evenals de andere “wilde kenmerken” zoals witte buik, witte binnenkant van de poten en de grote snorhaarkussentjes.

asian leopard cat van alc tot bengaal bengaal kater

Toen TICA de Bengaal in mei 1991 de CAC status (=de mogelijkheid om kampioen te worden) toekende werden de kruisingen met andere rassen (zoals Mau of Burmees) een halt toegeroepen en de serieuze fokkers verdubbelden hun inzet om het beste van de Bengalen te promoten.

In het begin werd alleen de leopard (=wildkleur spotted variant ) voor het kampioenschap geselecteerd. Deze kleur omvat diverse gradaties grondkleuren: van grijs tot tan en orange/rode ondergrond met spots die kunnen variëren van zwart tot warm bruin. Bij voorkeur grote, pijlpuntachtige vlekken, dit effect is regelrecht geërfd van de Aziatische Luipaardkat, met zijn unieke tabby patroon. De vacht van de Bengaal is buitengewoon zacht. Dit is niet te vergelijken met de vacht van een andere gedomesticeerde kat en daardoor zeer kenmerkend voor dit ras.

Naast de spotted Bengalen zijn er ook marble (marbled Bengalen hebben een horizontaal golvend strepen patroon), snow en sepia Bengalen. Deze zijn inmiddels ook door de TICA geaccepteerd voor de kampioens status. Inmiddels zijn er genoeg Bengalen om zuiver te fokken en worden alleen Bengalen geaccepteerd als Bengaal met een stamboom met 3 generaties bengaal x bengaal voorouders, deze kunnen dus geshowd worden voor titels.

Vanwege de nadruk die op het temperament werd gelegd hebben de Bengalen een persoonlijkheid ontwikkeld die stabieler is dan die van veel andere rassen. Dit ras lijkt een enorm zelfvertrouwen te hebben geërfd, ze zijn niet snel verdedigend, niet makkelijk te intimideren of agressief. Hun wilde afkomst merkt men nog het meest aan hun “kat uit de boom kijkerige gedrag”. Eerst even peilen of die onbekende wel te vertrouwen is, wat dan als schuw overkomt.

Wilde verhalen over de Bengaal doen nog steeds de ronde, in elk ras zitten vriendelijke en minder vriendelijke exemplaren. Vaak is dat gedrag trouwens te wijten aan de manier waarop ze zijn grootgebracht, met name in de socialisatie periode die zeker bij het Bengaalse ras ontzettend belangrijk is. En natuurlijk ook aan “het rollen van de genen” je weet nooit hoeveel tamme en hoeveel wilde genen er van de voorouders in 1 kitten terecht komen.

Je kunt in 1 nest een hele makke en een schuwer exemplaar hebben ondanks het feit dat ze hetzelfde worden opgevoed. Veel Bengalen zijn echter beslist aanhankelijke, betrouwbare en lieve katten. Daar dit een nieuw ras is, is er nog veel werk te verrichten. Het fokken van Bengalen is ontzettend interessant werk. We zien dat iedere generatie ons dichter bij het doel brengt, een gedomesticeerde kat met de exclusieve schoonheid van Moeder Natuurs Aziatische Luipaardkat!