vacht en patroon

Vachtpatronen en kleuren van een Bengaalse kat.

Tabby Spotted patroon

Duidelijk contrasterende spots. De vacht hoort spots op de buik, een duidelijke M op het voorhoofd en ringen rond de staart te vertonen. Spotted zijn kleine vlekjes en kunnen ook andere vormen aannemen zoals bijvoorbeeld de arrow-spots. Hierbij is de vorm van de vlek (spot) als een pijl. Bij de gevlekte Bengaalse kat kan er sprake zijn van rozetten in het vachtpatroon. Rozetten zijn vlekken waarvan een gedeelte van die vlek een warmere kleur heeft.

We onderscheiden 2 soorten rozetten: Dougnutrozetten en Schaduwrozetten.

Dougnutrozetten: Het warmer gekleurde gedeelte bevind zich in het midden van de (grote) spot.

Schaduwrozetten: Het warmer gekleurde gedeelte bevind zich aan de zijkant van de spot.

Tabby Marbled patroon

Langgerekt patroon. Duidelijk contrast en helder patroon. De gemarmerde Bengaal heeft een vachtpatroon bestaand uit brede horizontale strepen.

>Vachtkleuren:

Bruin: warm oranje, gelig tot bruine ondergrond met bruine/zwarte spots of marbled patroon

Sneeuw: De sneeuwbengaal kan je onderverdelen in 3 varianten:

Seal mink: Kan zowel het spotted als het marbled patroon zijn maar dit op een lichte ondergrondkleur, ivoorkleurig, crème of licht gebronsd. De oogkleur moet aqua (blauw of groen) zijn. Een seal mink bengaal bezit één gen van de burmese kat en één gen van de siamese kat.

Seal lynx: Kan zowel het spotted als het marbled patroon zijn maar dit op een lichte ondergrondkleur, ivoorkleurig, crème of licht gebronsd. De oogkleur moet aqua (blauw of groen) zijn. Een Seal Lynx bengaal bezit twee genen van de Siamese kat.

Seal sepia: Kan zowel het spotted als het marbled patroon zijn op een ivoorkleurig, crème of licht gebronsde ondergrondkleur. De ogen zijn goudkleurig. De Seal Sepia Bengaal bezit twee genen van de Burmese kat.

patronen_vacht_bengalen

Bijzonderheden van de vacht bij een Bengaal.

De pels:

De Bengaal heeft een zeer zachte vacht, die aan de pels van een wild dier doet denken. Een Nederlandse keurmeester vergeleek de vacht van een Bengaal op de keurtafel met die van een ocelot, die hij eens had geaaid. De pels bestaat uit middellang tot kort haar en is zeer typisch voor de Bengaal. Men kan een Bengaal als het ware in het donker aan zijn vacht herkennen. Het is belangrijk dat de vachten van de Bengalen niet te lang worden, omdat het vlekpatroon dan vervaagt.

Ook teveel ondervacht, ingefokt om de vacht nog dikker en zachter te maken, kan het contrast van het patroon bederven doordat veel ondervacht de haren uit laat staan waardoor de vlekken minder goed zichtbaar worden. De zachte vacht wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een vrij dunne structuur van de haren, die recessief vererft ten opzichte van hardere haren. Als de ouders allebei een pels hebben, zullen dus alle kittens ook een pels hebben.

Als één van de ouders een pels heeft kan een deel van de kittens toch een pels krijgen, als de ouder zonder pels de factor die de pels veroorzaakt draagt. Dit geldt natuurlijk ook voor kittens waarvan beide ouders geen pels hebben, maar wel dragers zijn. De kittens met pels kunnen zeer jong onderscheiden worden van hun nestgenoten, doordat zij vaak een dunner behaard buikje hebben dat rose doorschijnt.Er lijkt een relatie te bestaan tussen de pels van de Bengaal en de volgende speciale eigenschap: het goudglitter.

Goudglitter:

Sommige Bengalen zien eruit alsof ze bestrooid zijn met goudstof. Deze schittering over de vacht, meestal goudglitter genoemd, wordt veroorzaakt door een gouden topje aan iedere haar. Vooral in zonlicht of helder lamplicht geeft dit een zeer spectaculair effect, dat ook weer uniek is voor de Bengaal. Het goudglitter is vooral goed te herkennen aan de poten, de neus en aan het topje van de oren. Het goudglitter is een recessief verervende eigenschap, dus als beide ouders geglitterd zijn, zijn alle kittens het ook in meer of mindere mate.

Net zoals bij de pels geldt, dat Bengalen zonder glitter het wel kunnen vererven. Op kittens is het goudglitter al vlak na de geboorte te herkennen als men de kittens in het licht kan houden. Het goudglitter is dan te zien op de neusbrug. Ook gaat glitter vaak samen met het pelstype vacht, dat zoals boven genoemd te herkennen is aan het rose buikje.

Witte buik:

Bijna alle gevlekte wilde katachtigen hebben een witte buik, waarbij de lichtere onderzijde ook doorloopt aan de binnenkant van de poten en op de borst. De witte onderkant verhoogt het contrast van het vlekpatroon en maakt het zeer spectaculair. Vooral de vroege generaties hebben soms een zuiver witte onderkant. Latere generaties hebben vaak wel een lichtere onderkant, maar bijna nooit zuiver wit.

Bovendien blijft de lichtere kleur vaak beperkt tot de buik en zijn de poten en borst gewoon warm van kleur. Zeer licht gekleurde Bengalen met rossige vlekjes hebben vaak de beste lichte buik. De warm oranje gekleurde Bengalen hebben vaak een rossig gekleurde buik. De witte buik van de Bengaal moet duidelijk gevlekt zijn, ook bij de marble variëteit. Als de buik spierwit is, maar zonder vlekking, is er sprake van witte aftekeningen. Deze worden veroorzaakt door een dominant gen en zijn bij de Bengaal absoluut verboden.

Fuzzy’s:

Bengaalkittens ontwikkelen een vacht die camoufleert rond de leeftijd ze het nest verlaten. Dit wordt de fuzzyperiode genoemd. Hierdoor wordt hun patroon tijdelijk minder duidelijk. Dit hebben ze geërfd van de wilde kat-achtigen, en dit dient om hen te beschermen en minder zichtbaar te maken naar andere dieren toe die hen wel eens als een prooi kunnen aanzien.

Zwarte voetkussens:

De bengaal heeft steeds, en dit is volgens de rasstandaard ook verplicht, geheel zwarte voetkussentjes.